donderdag 11 februari 2016
Het meten van de wereld Daniel Kehlmann
Voor de tentamenweek van periode een voor het recensie schrijven heb ik het boek Het meten van de wereld van Daniel Kehlmann.
vrijdag 5 juni 2015
Vervlochgten Grenzen Marion Bloem
Indonesië, Nederlands-Indië en
Nederland, daar draait dit boek om. Het gaat dus over het moderne
Indonesië en Nederland en het oude Nederlands-Indië. Senne staat
voor het moderne, zowel Nederland als Indonesië, en haar opa staat
voor Nederlands-Indië. Het laat duidelijk de verbanden zien die er
nog steeds zijn en daarom ook vervlochten grenzen deze drie 'landen'
zijn vervlochten met elkaar. Bloems leven is zelf ook zeker
vervlochten met de landen, want haar ouders hebben ook gewoond in
Nederlands-Indië. En als je eer wilt weten over haar:
http://www.marionbloem.nl/autobiografie/index.htm.
En hier is een samenvatting van het boek:
http://recensieweb.nl/recensie/continu-bewust-van-koloniaal-verleden/.
Dit boek is ook zeker geschikt voor jongeren. En eerst maar wat
andere er van vinden:
http://www.cleeft.nl/boeken/recensie_de-grens-tussen-familie-en-moederland-opgezocht-in-vervlochten-grenzen
Het boek is ten eerste geschikt voor
jongeren omdat het simpel geschreven. Het zijn geen moeilijke zinnen
en ook geen moeilijke woorden. Omdat de zinnen en woorden niet heel
moeilijk zijn is het makkelijk te lezen en ook te begrijpen. Je komt
er gemakkelijk in daardoor. En dat is als jongere erg belangrijk
want als je het niet begrijpt is het ook niet leuk om te lezen en dan
wil je het ook niet begrijpen en dus is het cirkeltje rond. Dus het
is zeker een goed punt dat hete makkelijk te lezen is.
Het leuke van het verhaal is dat het
merendeel waarheid is, namelijk de opa in het verhaal, waar het
verhaal omdraait, is gebaseerd op haar eigen vader. Dit maakt het erg
realistisch en dus zorgt het ervoor dat je eerder gaat meeleven met
de hoofdpersoon. En als je geen empathie kan vinden voor de
hoofdpersoon dan is het vaak ook geen leuk boek. Het boek is wel heel
serieus want het gaat over oorlog en oorlogstrauma’s en vertrouwen
in elkaar. En omdat het waar is begin je het meer te begrijpen waar
mensen nu en vroeger echt mee rond lopen. Met de ellende die ze
gezien hebben. De opa heeft bijvoorbeeld in een Jappenkamp gezeten en
een bootramp overleefd. En dan uiteindelijk ook zijn keus om zijn
Vaderland te verraden en naar Nederland te gaan, op verzoek van zijn
vrouw.
Het als laatste dan waarom het zo leuk
is en ook voor jongeren is dat de hoofdpersoon zelf een tiener is en
dus een leeftijdsgenoot. Omdat ze dezelfde leeftijd heeft weet jezelf
wat ze allemaal mee maakt en hoe vervelend het is om iets nieuws te
beginnen en niemand te kennen. En ook natuurlijk de dood van een
familie lid zorgt duidelijk voor empathie. Want uiteindelijk sterft
de opa.
Dit boek is dus geschikt voor jongeren
omdat het makkelijk geschreven is, het deels de waarheid is dus je
begrijpt en leert ook zo waar mensen mee rond liepen. En ook omdat
een van de hoofdpersonen ongeveer dezelfde leeftijd heeft. Dus daarom
is dit boek geschikt en ik raad het iedereen zeker aan om te lezen.
donderdag 4 juni 2015
De spiegelingen Erwin mortier
Edward Mortier De spiegelingen
Het boek de spiegelingen van Edward
Mortier gaat over Edgard die terug kijkt op zijn leven. De oorlog en
zijn worsteling met zijn homoseksualiteit. Een uitgebreide
samenvatting kan je hier vinden:
http://www.literairnederland.nl/2014/07/21/de-spiegelingen-erwin-mortier/.
(Dit is een recensie met een goede samenvatting want een losse
samenvatting is niet te vinden.) Mortier is een Belgische schrijver.
En hier is nog meer informatie over hem te vinden:
http://www.erwinmortier.be/node/4.
Het boek is niet heel goed ontvangen men vond het saai worden omdat
elke man op een na die er voor gesteld werd in het boek uit eindelijk
een sekspartner werd van Edgard. Hier zijn nog twee recensies:
http://cobra.be/cm/cobra/boek/1.1915318.
http://www.parool.nl/parool/nl/14628/RECENSIES/article/detail/3623430/2014/03/27/De-taal-heeft-Erwin-Mortier-in-De-spiegelingen-in-de-steek-gelaten.dhtml.
Ik heb bij dit boek drie gekozen en dat
zijn de drie hieronder. Achter het einde slaat op de oorlog en de
vele levens die daarbij genomen zijn. Natuurlijk gaat dan meer over
dat Edgard zich anders voelt. En het laatste gedicht gaat over
homoseksualiteit omdat Edgard daar mee worstelt. Dit is waarom ik
deze gedichten heb gekozen bij dit boek.
Achter het einde
De wind en haar kleren lagen nog saam
maar het was al over;
ergens tegen de sterren aan
sloeg het raadsel uiteen, maar wie gelooft er
dat het hiermee eindigt, wat zo begon
dat het de elementen verzamelen kon
in énen greep, binnen één bloed?
wat zo begon
dat ik het zelf niet geloven kon,
dat ik niet wist waarom het begon
dat het niet anders eindigen kon
dan in de eeuwigheid.
Gerrit Achterberg
uit: Afvaart, Van Dishoeck, Bussum 1931,
Opgenomen in Verzamelde gedichten
Querido Amsterdam 1963
Hans Warren:
natuurlijk
Natuurlijk moest die jongen in het duin
merken dat ik intens naar hem keek.
Natuurlijk kwam hij toen vlak langs me
met veel overbodige bewegingen
hoewel hij me zogezegd niet zag.
Natuurlijk begon hij een lenteballet
met een vriendje en een bal,
natuurlijk streek hij veel te meisjesachtig
telkens door zijn erg lange haar
en keek daarbij eens om,
flitsend gebit in duister gezicht.
Natuurlijk lag hij later
loom kauwend op een helmspriet
in dat aandoenlijke verschoten badbroekje
helemaal alleen in een warme duinpan.
Natuurlijk ging ik zacht en ongemerkt weg
en natuurlijk heb ik daar de hele dag spijt van.
Natuurlijk moest die jongen in het duin
merken dat ik intens naar hem keek.
Natuurlijk kwam hij toen vlak langs me
met veel overbodige bewegingen
hoewel hij me zogezegd niet zag.
Natuurlijk begon hij een lenteballet
met een vriendje en een bal,
natuurlijk streek hij veel te meisjesachtig
telkens door zijn erg lange haar
en keek daarbij eens om,
flitsend gebit in duister gezicht.
Natuurlijk lag hij later
loom kauwend op een helmspriet
in dat aandoenlijke verschoten badbroekje
helemaal alleen in een warme duinpan.
Natuurlijk ging ik zacht en ongemerkt weg
en natuurlijk heb ik daar de hele dag spijt van.
De (weer)spiegelingen (van het leven)
De oorlog heeft je geschaad
Je probeert het te vergeten
Maar het heeft niet gebaat
Ik lijk wel bezeten
Ik voel me zo alleen
En de liefde laat van zich afweten
Waar leid het leven me heen
Ik kan niet eens meer eten
Verlaten en alleen gelaten
door de liefde van me leven
het is niet meer goed te praten
Hij is van me weg gedreven
Het leven heeft geen betekenis
En nu is het einde in zicht is
dinsdag 2 juni 2015
Jury rapport Godin, held van Gustaaf Peek
Jury rapport Godin, held
Gustaaf Peek
In deze erotische roman wordt het verhaal
verteld van Tessa (godin) en Marius (held), twee jeugdliefdes die
elkaar later weer tegenkomen en een affaire beginnen. Al hun
ontmoetingen zijn gebaseerd op seks, zonder enige gêne wordt dit
uitgebreid verteld door Peek. Marius heeft tijdens deze ontmoetingen
de macht en bepaald wat er gebeurd, Tessa legt zich hier altijd bij
neer. De ontmoetingen stoppen nadat Tessa haar zoon zelfmoord pleegt,
later zien ze elkaar wel weer. Marius sterft en Tessa bezoekt nog één
keer zijn graf, hierna sterft ze eenzaam aan een ziekte.
Wat erg belangrijk is bij boeken, is dat ze
interessant moeten zijn. Zodra het onderwerp al saai is, wordt het
boek weggelegd. Bij dit boek is dat absoluut niet het geval, de
erotische scènes die plaatsvinden in dit boek blijven keer op keer
je aandacht vasthouden. Ze creëren een bepaalde spanning en zorgen
voor het makkelijk weglezen van dit boek. Ook het inleven in
personages is belangrijk, dit lukt echter niet zo goed in dit boek.
Alleen de basis eigenschappen van de hoofdpersonen worden beschreven
en er wordt niet erg diep ingegaan op hun gevoelens en gedachtes. Dit
is jammer en het enige kritiekpunt van dit boek. Taalgebruik is een
ander erg belangrijk punt dat een boek tot een goed boek kan maken.
Moderne en niet al te ingewikkelde taal wordt over het algemeen erg
geaccepteerd, maar is niet een vereiste voor een literair werk. In
Godin, held gebruikt Peek niet altijd even makkelijke zinnen maar dit
vormde geen probleem. Het boek was al in al goed uit te lezen en
hadden wij allen snel uit. Het verbaast dan ook niemand dat dit boek
in aanmerking komt voor de Libris Literatuur Prijs 2015.
De structuur van dit boek is op een originele
manier in elkaar gezet, het verhaal wordt achterstevoren verteld. Het
boek begint bij de dood en zal uiteindelijk eindigen bij de geboorte,
wat een nieuw soort spanning teweeg brengt. Het kan echter soms voor
wat verwarring zorgen, maar al gauw werd het verhaal weer duidelijk.
Peek laat met dit boek goed zien dat het soms goed kan zijn uit oude
gewoontes te stappen en iets nieuws uit te proberen, zoals een aparte
structuur.
Al in al heeft Peek een mooi literair werk
neergezet. Uit ons juryrapport is dat dan ook wel te blijken, wij
gebruikten redeneringen op basis van geloof en ook legden we het uit
met voorbeelden. Het boek zal een ieder aanspreken die eraan begint,
al zal je in het begin een beetje verward zijn. Peek blijft je keer
op keer interesseren en dat vinden wij uitzonderlijk knap. Een
verdiende plek in deze wedstrijd!
Reflectie
Als klas hadden wij het boek Roxy verkozen als
winnaar van de Libris Literatuur Prijs, dit boek werd geschreven door
Esther Gerritsen. Dit komt echter niet overeen met het boek dat
werkelijk de prijs heeft gewonnen; Ik kom terug van Adriaan van Dis.
In de bijstaande link is het persbericht te vinden waarin die uitslag
bekend werd gemaakt:
Wij hebben een juryrapport geschreven over
Godin, held van Gustaaf Peek. We vinden het jammer dat dit boek niet
gewonnen heeft, aangezien wij allen het een erg goed boek goed
vonden. In ons juryrapport hebben we zo weinig mogelijk samengevat en
erg duidelijk aangegeven waarom wij het boek goed vonden. De
argumenten die we gebruikten legden we, naar onze mening, goed uit.
In het echte juryrapport wordt er meer samengevat en geeft de jury
minder goed aan welke punten het boek bevat waardoor het een goed
boek is. Wij vinden het goed van onszelf dat wij dit wel gedaan
hebben. Een overeenkomst tussen de twee juryrapporten is dat in
allebei staat dat de spanning die je gedurende het lezen voelt niet
weg gaat en dat de spanning goed opgebouwd is, al heeft het boek een
ietwat gekke structuur. We zijn allemaal blij met het eindresultaat.
Links naar recensies/filmpjes/foto’s:
Deidre en de Zonen van Usnach & karakter
Weblog
opdracht
Deirdre
en de zonen van Usnach
A.
Roland Holst
|
A. Roland Holst |
Deirdre en de zonen van Usnach |
Amsterdam |
De gids |
1916 |
71 |
Recensie 1:
Bron Algemeen
Handelsblad
Publicatiedatum 15-11-1930
Recensent Maurits
Uyldert
De
geschiedenis herhaalt zich. Ook de litteraire. Juist een eeuw geleden
luidde mr. Jacob van Lennep hier te lande een op buitenlandsch
voorbeeld genspireerde romantiek in; zooals A. Roland Holst thans den
geest van Iersche dichters en van Keltische sagen in zijn gedichten
en in zijn proza verwerkt, heeft zijn beroemde vpprgamger, de dichter
der "Nederlandsche Legenden", Schotsche overleveringen tot
voorbeeld genomen. Behalve deze neiging tot het legendarische en
romantische en deze afhankelijkheid van Iersche of Schotsche bronnen,
is de overeenkomst echter gering. A. Roland Holst is van aanleg meer
lyrisch dan episch. Hij mist Van Lenneps talent voor het gemakkelijke
en gemoedelijke verhaal met het boeiende avontuur - hij heeft
tenmisnte tot dusverre nog niet bewezen dat hij dit talent bezit.
Daarentegen kan men in zijn werk, den hemel ziuj dank, niet de
nivelleerende oppervlakkigheid constateeren die voor Van Lennep's
werk kenmerkend is. Toch kwam de sfeer van de "Romantische
Verhalen" ons bij lezing van "Deirdre" voor den geest.
En wel daar, waar Roland Holst zijn phantasie uitvoert en voor een
oogenblik het onmiddellijke contact met eigen wezenskenmerken
verliest; waar zijn verhaal, als het ware los van eigen
zielservaring, voortgesponnen wordt en een allure van holle
hoogdravendheid aanneemt. Immers, dit contact en deze zielservaring
is het belangwekkendste van de hier verhaalde legende en geeft en
psychologische en menschelijke waarde aan. Zoolang de dichter zich
verwant weet aan de gestalten, aan het milieu waarvan hij verhaalt,
zoolang hij leeft in die gestalten, wordt het oude Keltische verhaal
in een sfeer gehouden die ons in velerlei opzicht boeit. Wij ervaren
dan dat de geschiedenis van Deirdre en de zonen van Usnach minder een
objectief geval is dan een middel voor eigen gevoels-uitstorting; dat
de legende slechts dienst doet als vorm voor eigen zielsleven en dat
deze vorm en deze inhoud, zooal niet in werkelijkheid dan toch in 's
dichters verbeelding, die een hoogere werkelijkheid mag heten,
onverbrekelijk één zijn. Hierdoor krijgt dit verhaal uit den
Keltischen vóórtijd dan diepere realiteit; wij worden onder de
suggestie gebracht - en voor een dichter zelf zal dit misschien méér
dan illusie zijn - dat hier een levende stem uit dien vóórtijd tot
ons dringt, dat hier een der figuren van voorheen, een uit "de
windrige heuvelen", die "de storm der groote ondergangen"
doorstaan heeft, tot ons spreekt. Wij volgen dit verhaal dan niet als
een romantische vertelling zonder meer, maar als een dichterlijk
symbool dat ook in dezen tijd zijn menschelijke waarde heeft. Dat
Roland Holst in de uitbeelding van dit symbolische slechts ten deele
geslaagd is, hebben wij reeds aangeduid. De legende van Deirdre en de
zonen van Usnach behoort tot de verhalen die in Ulster hun oorsprong
vinden in de overlevering der heldendaden van Conor Mac Nessa, een
Ulster-koning, die verblijf hield in Emain Macha. Als in zoovele
andere legenden heeft ook in deze een sterk mythisch element,
waardoor het meer algemeene beteekenis krijgt. Het is, lezen wij in
Holst's taal, "een verhaal van liefde, sterk als de bergstroom,
en van verlangen, als de zee eindeloos". Liefde en verlangen.
Ligt het niet voor de hand, dat een geest welke door deze motieven
gedreven wordt minder naar epische dan naar romantisch-lyrische
vormen trachten zal? Toch is de liefde, is dit verlangen minder door
tijdelijke dan door eeuwige machten bepaald. In de gestalten van
Deirdre en Usnachs zoon Noisa kunnen wij geen aardsche stervelingen
zien. Zij behooren tot het nevelen-rijk, waar de goden en de
halfgoden rondwaren; de voorspellingen van de zieners zoowel als het
"voorgevoel" dat de daden dezer figuren beheerscht zijn
slechts openbaringen van een Noodlot, dat hen boven de tijdelijke
verschijningen heft. Zij lezen hun lot in de sterren en het zijn
stemmen en lichten des hemels, die aan dat lot richting geven. Zij
wachten, berustend, "de voortgang van het onafwendbare". Er
is een voortvarende wisselwerking tusschen hemelsche en aardsche
machten in het leven, waarvan de dichter verhaalt en in het eerste
verschijnen van de zonen van Usnach, die zingende over de heuvelen
naderen, als het voorjaar met zondoorschenen regenbuien doorbreekt,
herkent men de trekken van de natuur-mythe. Het schrijven van zulk
een verhaal, het bannen van 's lezers geest in een sfeer, die als het
ware tusschen aarde en hemel ligt, vereischt evenwel een grooter
meesterschap, rijkere middelen van taal en verbeelding, dan waarover
deze dichter beschikt. Zijn zwakte verraadt zich herhaaldelijk in
holle hoogdravendheid; in een neiging tot het rhetorische, die wel in
vreemd contrast staat tot den geest van dezen tijd, een geest van
eenvoud en zakelijkheid; in precieuse zinswendingen en armoede aan
motieven. De hooge toon, waarin de schrijver zijn verhaal tracht te
houden, maakt soms vreemde tuimelingen en het dramatische heeft een
bedenkelijke neiging om in het theatrale over te slaan. Een voorbeeld
vinden wij in de beschrijving van de wijze, waarop Usnach's zoon
Noisa reageert op den verren roep van Deirdre. "Anla en Ardaan
zagen hoe hun broeder sidderde. Nog stond hij met zijn gelaat naar de
richting waarheen zij gingen en waar de wereld was. Maar zijn hoofd
neeg, zijn handen grepen in zijn borst, en hij wankelde. Toen, met
eenmaal, keerde hij zich, hief het hoofd, strekte zijn armen uit. Het
dalende zonlicht bescheen hem in zijn fiere, vervoerende schoonheid.
De avondwind woei zijn zwarte haren weg van het witte hooge
voorhoofd, en hij riep door de vlammen van zijn lippen, luid, luid
tegen den wind in: "Noisa komt!" En dan ging hij."
Door hier al te sterke accenten te leggen roept de schrijver niet het
beeld op van een gestalte der oude sagen, maar van..... een
opera-tenor. In de plastische uitbeelding van Deirdre is hij
gelukkiger, dwingt de teederheid van het onderwerp hem tot matiging.
Hier en daar treft hij door subtiele gevoelsontleding, door
Fantastische beschrijving, maar ook dan wordt zijn woord niet door
een sterk rhythmisch leven gedragen en gestuwd, voelt men een zekere
moeizaamheid in den gang der volzinnen, een verbrokkeling van de
bezielende vaart, die de zuiverheid van den stijl schade doet. Het is
of de dichter, al schrijvende, met zichzelf in voortdurend conflict
leeft en machteloos is, de middelen mist, om dit conflict te
beslechten. Schreef hij te vroeg, vr het beeld, dat hij voor zijn
lezers wilde oproepen, in hem tot klaarte gekomen was? Of was het
reeds in de herinnering verbleekt en moest hij eht moeizaam aan de
vergetelheid ontwringen? In ieder geval krijgt men den indruk, dat
hij het juiste moment voor het schrijven van zijn verhaal heeft
verzuimd. Roland Holst heeft zijn jeugdverzen herdrukt en hij heeft
daar goed aan gedaan. Niet omdat deze verzen op zichzelf zoo
belangrijk zijn - ook de auteur beschouwt ze niet als belangrijk maar
omdat men, zooals hij, zeer juist, in een nawoord zegt, "een
eenmaal openbaar erkend tijdperk van zijn leven later niet
willekeurig voor nietig kan verklaren". Hoe men ook over dezen
dichter oordeelen mag, hij is in onze letteren een in vele opzichten
opmerkelijke overgangsfiguur. En zoowel zijn geestdriftige
bewonderaars als zij die den aard van zijn poëzie moeten afwijzen,
zullen zich omtrent zijn litterairen levensgang pas volledig kunnen
orinteeren wanneer zij ook de jeugdverzen tot hun beschikking hebben.
Wij meenen evenwel, dat de dichter beter gedaan zou hebben wanneer
hij den vorigen druk ongewijzigd ter perse gegeven had. Door enkele
gedichten weg te laten en enkele andere, behoorende tot hetzelfde
tijdperk, doch geschreven kort na de uitgave van den eersten druk,
erin op te nemen en door de rangschikking en onderverdeeling der
gerdichten te wijzigen, heeft hij het boek willen verbeteren. Maar
waarom? De aard van een dichterlijke periode, het beeld van het
tijdperk waarin bepaalde gedichten ontstonden, openbaart zich niet
slechts in die gedichten zelf maar spreekt ook uit hun rangschikking
en een wijziging daarvan kan dus nimmer gewenscht zijn. Al wat een
dichter in latere jaren aan jeugdwerk toe- of afdoet kan de
zuiverheid van dit werk slechts vedrtroebelen. En wie zal, op
rijperen leeftijd, en tot een ander critisch inzicht aan het Ik van
voorheen ontgroeid, in staat zijn om het werk van vroeger recht te
doen? Alle pogingen om te "verbeteren" moeten wel zonder
zin en onvruchtbaar blijven. De lectuur dezer jeugdverzen is voor die
met Holst's latere werk vertrouwd.. overigens zeer instructief. Men
bespeurt reeds in deze sonnetten, die nog nauwelijks sonnetten zijn,
in deze strofische gedichten ook, de elementen, die aan het latere
werk tegelijk hun bekoring en hun steriliteit zullen geven; de zwakte
en de ijlte van het gevoel, dat vaak dood loopt in precies spel van
woorden, de zwakte van zinnelijke visie en van beeldend vermogen en
een sterke neiging tot het abstract symbool. En toch ook den
oorspronkelijken vorm, waarin de jonge dichter op het contact met
leven en dood reagert, de vaak hooge geesteshouding, waarmede hij
poogt het onzienlijke te verzichtbaren, het ijle en immaterieele
vulling van begrensd leven, het eigen hart levensvervulling te geven.
Recensie 2:
Bron Amersfoortse
Courant
Publicatiedatum 19-12-1978
Recensent Bert
Bakker
A. Roland Holst schreef
zyn Deirdre en de zonen van Usnach rond 1920, waarna het in de reeks
Palladium uitkwam. Tien drukken volgden in de loop der jaren, de
laatste in 1964. Aan de hand van deze tiende uitgave verscheen vorig
jaar by Bert Bakker een elfde druk in oplaag van 3000 exemplaren op
90 gram houtvry Romandruk. Wie nog één van deze exemplaren kan
bemachtigen moet het niet nalaten. De schoonheid van het taalgebruik
van A. Roland Holst heeft nog niets ingelost; eerder zal het een
leemte die in ons huidige taalgebruik is ingeslopen, benadrukken. Een
prachtig oud verhaal dat uit Ierland stamt en ons Deirdre laat zien
als "de schone verheven vrouw, die onbereikbaar blykt voor de
koning die haar begeert". Noisa, met de ravenzwarte haren, de
zoon van Usnach, heeft haar gevonden als "het schoonste kind van
wind en verlatenheid". In liefde en vriendschap woont zy dan op
een eiland met Noisa en zyn twee broers, Adriaan en Anla, die
eigendlyk door de koning verbannen zyn. Een geheim dat Deirdre niet
kent. Onder verraad teruggeroepen, vertrouwend in de boodschapper,
die zelf ook te goeder trouw was, gaan allen terug naar Ierland. De
list wordt doorzien, de zonen van Usnach stryden voor Deirdre en
zichzelf. Het mag niet baten. Deirdre trekt alleen naar de zee, waar
zy haar rust zal vinden. "Toen zy heen was kwam over haar ogen
de wind en nam haar adem mee". Vyfentwintig kleine bladzyden
wondermooi proza om te lezen en te herlezen, want Deirdre blykt als
oud sagenverhaal, mede onsterfelyk door het meesterschap van A.
Roland Holst.
De eerste recensie is
moeilijk te begrijpen omdat het maar door en door gaat en in oud
Nederlands is het laat maar zien hoeveel de taal veranderd is. Ik
vond dat het boek zelf wel goed te lezen is, je moet er alleen meer
de tijd voor nemen en dingen een aantal keer over te lezen. De
eerste recensie zegt dat het nogal theatraal is het taal gebruik hij
zegt dat over een gedeelte wat gaat over een gestalte dat daar staat
maar beschrijft het en geeft het de sfeer van een opera-tenor. Het
gaat dus over de top. Er zit hierbij wel een fragment, net als in
meerdere stukken. Ik vind dat dit wel meevalt en het was me niet
opgevallen. Deze recensie draaft daar verder nog over door en zegt
wel dat het in sommige momenten wel weer subtieler was. Ik vind het
op zich een goede recensie omdat het wel uitlegt waarom ze het zo
vinden maar ik vind hem moeilijk doorkomen omdat hij zo ontiegelijk
lang is. De tweede recensie die veel korter is en ook veel recenter
en zegt vooral dat het een schoonheid is en een mooi verhaal mooi
geschreven. En daar ben ik het ook mee eens. Het verhaal is heel
mooi, ik vind zelf ook het thema mooi en boeiend het bovennatuurlijke
wat terug komt vind ik leuk om over te lezen. Verder in die tweede
recensie komt nog een korte samenvatting.
Hier
is een korte samenvatting van het verhaal met nog wat extra info.
Hier
kunt u de volledige tekst vinden.
Karakter
F.
Bordewijk
|
F. Bordewijk |
karakter |
's-Gravenhage |
Nijgh & van Ditmar |
1938 |
248 |
Recensie 1:
Bron Trouw
Publicatiedatum 23-08-2014
Recensent Rob
Schouten
Recensietitel Titanenstrijd
tussen vader en zoon
Moeder-dochter,
moeder-zoon, vader-zoon, vader-dochter - over al deze relaties zijn
talloze boeken geschreven maar het meest toch over die tussen vaders
en zonen.
Het lijkt een soort
oergegeven te zijn: vaders die hun zonen van zich af moeten zien te
houden of ze juist aan zich proberen te binden. In de Bijbel heb je
de Vader en de Zoon, maar ook David en Absolom, in de mythologie Zeus
en zijn vele vaak opstandige zonen. Verzet van de zoons tegen de
vaders en daarmee tegen de vorige generatie voedt de beroemde
negentiende-eeuwse roman 'Vaders en zonen' van Ivan Toergenjev, maar
de variant van de zoon die de vader juist naar de kroon probeert te
steken is even populair. Het wordt in de psychologie wel het
'schildknaapcomplex' genoemd: de schildknaap-zoon die ook
ridder-vader probeert te worden.
Ik heb de indruk dat
deze eeuwige competitie tussen vaders en zonen met het slechten van
de generatiekloven in de Nederlandse literatuur enigszins is
uitgewoed - al zou een cynicus misschien opmerken dat de zonen eerst
moesten sterven alvorens het zover kwam. In de roman 'Specht en zoon'
van Willem Jan Otten probeert een vader zijn overleden zoon via een
schilderij tot leven te wekken, hetzelfde doet in zekere zin A.F.Th.
van der Heijden in 'Tonio', een requiem voor zijn verongelukte zoon.
Maar dé
vader-zoonroman in de Nederlandse literatuur is er toch een die over
de strijd tussen beide grootmachten gaat: 'Karakter' van Bordewijk.
De jonge, ambitieuze, onechte zoon Katadreuffe probeert ondanks de
voortdurende tegenwerking van zijn machtige vader, deurwaarder
Dreverhaven, advocaat te worden. Uiteindelijk lukt het hem. De
ondertitel van 'Karakter' luidt: 'roman van zoon en vader'.
In de publieke opinie
is het vooral een boek over de carrière van zoon Katadreuffe
geworden, maar wie goed kijkt ziet dat vader Dreverhaven eveneens
carrière maakt: van keiharde tegenwerker tot mens, terwijl
Katadreuffe in de slotpagina's van het boek juist een leeg gevoel
lijkt over te houden aan zijn maatschappelijk succes.
Het is deze
ambivalente, soms paradoxale visie op de vader-zoonverhouding die
'Karakter' wat mij betreft uittilt boven al die andere
vader-zoonboeken. Je komt er niet goed achter hoe de schrijver zelf
over deze botsing tussen karakters dacht.
Misschien is het wel
een kwestie van was sich liebt das neckt sich: "Ik zal
hem wurgen, ik wurg hem voor negen tienden, en dat éne tiende dat ik
hem laat, dat kleine beetje asem zal hem groot maken, hij zal groot
worden, hij zal, bij God, groot worden!", zegt Dreverhaven als
Katadreuffe's moeder verhaal komt halen omtrent zijn tegenwerking.
Een machtige titanenstrijd is het dus eigenlijk. Zonder winnaars of
verliezers.
Bordewijk: Karakter.
( Nijgh & Van Ditmar, 1938)
'Hij had gemeend dat
wanneer hij zich persoonlijk bij zijn vader vervoegde alles terecht
zou komen. Hij had zich geen andere voorstelling gemaakt dan deze dat
een vader zijn zoon ten slotte toch niet deed failleren. En nu,
opeens, zag hij het tegendeel. Belachelijk, krankzinnig, als een
idioot, als een zuigeling had hij gedacht dat die man zich zou laten
vermurwen. Ieder woord was hier verspild. Voor de vader bestond
slechts een schuldenaar.'
Recensie 2:
Bron NRC
Handelsblad
Publicatiedatum 18-11-1988
Recensent Maarten
't Hart
Recensietitel Vijftig
jaar Karakter
Deze
maand is het vijftig jaar geleden dat de roman Karakter van F.
Bordewijk verscheen. Ter gelegenheid hiervan wordt een jubileumeditie
van dit boek gepresenteerd. In deze editie is tevens opgenomen de
novelle 'Dreverhaven en Katadreuffe', een voorstudie van Karakter die
Bordewijk in 1928 publiceerde. Als feestredenaar bij deze
jubileumuitgave en het tegelijkertijd verschijnende elfde deel van
het Verzameld Werk van Bordewijk trad vanmiddag in boekhandel Van
Gennep te Rotterdam op Maarten 't Hart. Hieronder de tekst van zijn
rede. Hoewel het vijftig jaar geleden is dat de roman Karakter
verscheen, zou het boek vandaag voor het eerst hebben kunnen
verschijnen, zo verbazend actueel blijkt het werk te zijn. In de
persoon van Joba Katadreuffe die, welgeteld, zeven huwelijksaanzoeken
van Dreverhaven en twee huwelijksaanzoeken van een bokschipper
afwijst ontmoeten wij immers, zover mijn kennis van de Nederlandse
literatuur reikt, de eerste echte BOM-moeder van onze letterkunde. Zo
onwankelbaar is zij in haar beslissing om niet te trouwen en zo
resoluut wijst zij, hoewel daar toch geen dwingende reden voor lijkt,
al in het ziekenhuis het idee af dat de vader voor het onderhoud van
haar kind zou kunnen worden aangesproken dat het wel lijkt alsof ze
al wat man is bitter haat. De zes 'zwart, lapidair, cyclopisch'
geschreven huwelijksaanzoeken van Dreverhaven verscheurt zij.
Bokschipper Harm Knol Hein wil ze niet bot weigeren, "maar",
schrijft Bordewijk, "ze was al dadelijk besloten, het ging
niet." Als Hein het huwelijksaanzoek opnieuw doet - en Bordewijk
heeft roerend beschreven hoe hij daarbij Joba na jaren haar briefje
met haar eerste weigering overhandigt - heeft zij met Hein te doen,
maar weigert opnieuw. Als tenslotte Dreverhaven, nu mondeling voor de
zevende maal vraagt "Wanneer trouwen wij", zegt zij: "Nee
meneer Dreverhaven, ik zal nooit met u trouwen, ik trouw met niemand.
En u mag gerust weten, ik heb geen enkele man ooit mogen lijden
behalve u. Zo was het en zo blijft het." Juist dat antwoord,
waarin impliciet een liefdesverklaring vervat is, maakt het alleen
maar raadselachtiger waarom zij niet wilde huwen. Zowel voor haarzelf
als voor haar zoon zou het, in een tijd waarin het nog een schande
was een onecht kind te hebben en te zijn en waarin het fenomeen van
de bijstandsmoeder nog niet bestond, zowel financieel als moreel
gezien beter zijn geweest als zij Dreverhavens aanzoek had
geaccepteerd. Het lijkt ook alsof zij daarbij het belang wat haar
kind bij een huwelijk zou hebben negeert. Er is in dit aan dialogen
niet zo rijke boek een opmerkelijk gesprekje te vinden tussen moeder
en zoon: -Hij had toch voor jou en mij kunnen zorgen," zegt de
zoon. -Ja, maar ik wou niet." -Hij had je ook kunnen trouwen."
-Ja, hij wou wel, maar ik niet." -Waarom eigenlijk niet?"
-Dat zijn mijn eigen zaken." -De mijne soms niet?" Hij
kreeg geen antwoord. Is het niet merkwaardig dat de moeder zich niet
verplicht voelt haar zoon uit te leggen waarom zij Dreverhaven niet
huwde? Is het niet opvallend dat zij zijn zo volkomen terecht
geplaatste opmerking dat een huwelijk van zijn moeder met zijn
natuurlijke vader, ook zijn zaken zijn, volledig negeert? Lijkt dat
niet verdacht veel op de houding van hedendaagse BOM- en
draagmoeders, zaaddonors en gynaecologen die totaal geen rekening
lijken te houden met de zaken van de aanstaande boreling? Jacobs
zaken Is het ook niet merkwaardig dat Karakter van Bordewijk, gezien
in het licht van al wat wij nu weten over kinderen die het produkt
zijn van BOM-moeders en zaaddonors, gelezen kan worden als een studie
van de schade die een kind ondervindt ten gevolge van het feit dat
BOM-moeder Katadreuffe er geen rekening mee houdt dat al dan niet
huwen met zaaddonor Dreverhaven ook Jacobs zaken zijn? Sterker nog:
zou het feit dat Dreverhaven zijn zoon achtervolgt met
faillissementsaanvragen, niet louter geduid kunnen worden als
evenzovele pogingen om, over het hoofd van Jacob heen, uit woede over
de zes afwijzingen, moeder Joba te treffen? Als Dreverhaven zijn
huwelijksaanzoek, dit keer mondeling, voor de zevende maal herhaalt,
en zij voor de zevende keer weigert, wat is dan zijn antwoord? Dan
zegt hij, nadat hij al eerder heeft gezegd dat hij de zoon voor
negentiende zal wurgen: "En Joba, dat ene tiende, dat kleine
beetje asem knijp ik hem misschien ook nog uit." Klinkt hierin
niet door: omdat jij weigert, zal ik hem vermorzelen? Het is ook
opvallend dat Dreverhavens tweede poging om Jacob failliet te laten
gaan, samenvalt met het feit dat Jacob, juist in die tijd, besluit om
zijn moeder maandelijks met vijftien gulden te steunen. Als gevolg
van die tweede faillissementsaanvrage moet Jacob ervan afzien om zijn
moeder te helpen. Kan het soms zijn dat Dreverhaven, uiteraard wetend
hoe gebruikelijk het in die tijd was dat zonen die voor het eerst een
behoorlijk salaris kregen, daarvan thuis aan hun moeder iets
afdroegen, via de faillissementsaanvrage vooral de moeder heeft
willen treffen? Ook Jacob lijkt te beseffen dat zijn vader niet
zozeer hem als wel, in hem, zijn moeder wil treiteren. Waarom zou hij
anders nadat zijn tweede faillissementsaanvrage voor het gerecht is
behandeld, en hij door het oog van een naald is gekropen, denken:
"Hij was niet verheugd over de afloop, hij was slechts
hartgrondig blij om één ding, dat zijn moeder er thans niets van
geweten had. Later vertelt hij toch van het gebeurde iets aan zijn
moeder. Hij kan het, begrijpelijkerwijs, niet voor zich houden. Ook
veel later, na een nieuwe confrontatie van Jacob met zijn vader,
schrijft Bordewijk: "Toen, buiten gekomen, dreef hem een
grondeloze mistroostigheid over zijn houding vanzelf naar zijn
moeder. Wat de vader de zoon aandoet, drijft de zoon dadelijk naar
moeder, waardoor, via de zoon, ook steeds de moeder getroffen wordt.
Het duel, het tweegevecht waarvan sprake is in het tweede hoofdstuk
van de roman duurt geen vol jaar, wordt niet beëindigd - neen, het
wordt voortgezet met het lot van de zoon als inzet. Want wie het boek
nu leest, wordt niet alleen getroffen door het feit hoezeer de vader
erop uit lijkt de zoon te vermorzelen, maar evenzeer door het feit
hoe bikkelhard de moeder tegen haar zoon, die, let wel, ook zijn zoon
is, optreedt. Op pagina 25 van mijn zakboekuitgave van Karakter lees
ik: "Zij wou hem niet helpen. Hij moest er zelf komen."
Goed, dat is zo erg nog niet, ofschoon wel heel ongebruikelijk in
lagere milieus. Op pagina 41 lezen we dat ze slecht met elkaar kunnen
opschieten, dat ze elkaar steken onder water geven aan tafel. Op
pagina 91 denkt ze: "Je kind willen behouden, dat was
verachtelijke weekhartigheid van dames, een vrouw uit het volk trapte
haar jong de straat op. Nu ja, trappen... maar daar kwam het toch op
neer." Geweld Ik ben een kind van 'een vrouw uit het volk', maar
in het milieu waarin ik groot geworden ben heb ik nimmer meegemaakt
dat een moeder haar kind de straat op trapte. Of Bordewijk dacht ten
onrechte dat zulks onder arbeiders gebruikelijk was, of hij heeft
toch, intuïtief, beseft dat zo'n gedachte uit wrok tegen de
natuurlijke vader van haar zoon bij een moeder kan opkomen. Ook het
feit dat moeder Joba, blijkens een zinnetje op pagina 84 - "Als
hij een enkele maal van school branieachtig thuiskwam met de volkse
tongval sloeg zijn moeder het er gauw uit" - nogal gemakkelijk
lichamelijk geweld tegen haar zoon gebruikt, vind ik tekenend voor
haar houding tegenover zijn zoon. Bordewijk zal zijn roman Karakter
niet bedoeld hebben als een studie van de gevolgen die het voor een
kind heeft als de vader en moeder een levenslange tweestrijd voeren.
Niettemin was hij zo'n groot schrijver dat in het boek al impliciet
de notie aanwezig is dat de wrok der ouders het faillissement van het
kind betekent. Niet een faillissement zoals dat bij herhaling zo
prachtig in Karakter beschreven is, maar dat andere faillissement
waarvan sprake is op de voorlaatste pagina van de roman: "Toen
zag Katadreuffe dat vier mensen in zijn leven waren en het was alles
een droefheid." Hoe anders immers zou alles gelopen zijn als
Joba het huwelijksaanzoek van Dreverhaven had geaccepteerd. Goed wij
zouden de roman Karakter, in de vorm zoals zij thans voor ons ligt,
niet hebben bezeten, maar waarschijnlijk zou Jacob Willem Dreverhaven
dan wel met Lorna te George zijn getrouwd. Daar zou hij goed aan
gedaan hebben. Dan had hij, bij wijze van spreken de hoofdpersoon
kunnen zijn van Bloesemtak van Bordewijk - die jurist die er bijna
aan onderdoor gaat dat hij zijn vrouw verliest. Is het niet
merkwaardig dat dezelfde Bordewijk die een roman schreef waarin
huwelijken - niet alleen dat van Joba en Dreverhaven, van Jacob en
Lorna, van Joba en Harm Knol Hein, maar ook alle voorgenomen
huwelijken van Jan Maan niet doorgaan, of niet veel verder komen dan
een verloving (juffrouw Sibculo) ook Bloesemtak schreef? Is het niet
opvallend dat de vaste cliënt van het advocatenkantoor van
Stroomkoning een dame is die het hele boek door wil scheiden? Is het
niet veelzeggend dat de roman speelt in Rotterdam, de stad waar
volgens Bordewijk het zoete water uit de bergen en het zoute water
uit de zee elkaar ontmoeten en eeuwig bruiloft vieren. Karakter is de
roman over huwelijken die niet tot stand komen, zoals Bloesemtak een
loflied is op het huwelijk. Wie aan Bloesemtak denkt, en ook aan de
roman De doopvont waarin bij herhaling gezegd wordt: "De mens is
paar," zal wellicht ontvankelijk zijn voor de gedachte dat
Bordewijk, al zal hij dat zelf misschien niet eens beseft hebben, met
Karakter een verschijnsel ter discussie stelde dat bijna vijftig jaar
na de verschijning van de roman de naam BOM-moeder zou krijgen.
De
eerste recensie verteld eerst iets over dat er zoveel romans
geschreven zijn over familie relaties, en dan zegt hij dat karakter
volgens hem toch wel de beste is. Hij zegt dat het komt door de soms
paradoxale visie, en dat hem interessant maakt ook omdat de strijd
een beetje verborgen gaat onder de ontwikkelingen die je ziet van hoe
gaat het met Jacob gaat en zijn ontwikkeling. Ik kan er niet over
oordelen of ik dit de beste roman is over die familie banden want
zoveel heb ik er niet gelezen maar het is zeker een hele goede. Het
geeft een goed beeld en laat het onverklaarbare gedrag zien van
mensen bijvoorbeeld zijn moeder. Daar heeft de tweede recensie het
namelijk over hoe onverklaarbaar het is dat zijn moeder die zeven
huwelijks aan zoeken afwijst. Want in die tijd was een
buitenechtelijk kind een schande. Maar die afwijzingen zorgen wel
voor de verdere verloop van het boek want Dreverhaven beloofd
hierbij dat hij hem zal vermorzelen, er zit dus eigenlijk daar al een
vooruitblik in. Het boek past ook wel in deze tijd want als je
eerlijk bent mensen vinden het nog steeds raar als je een alleen
staande moeder bent er word minder op je neer gekeken maar volledig
geaccepteerd word het ook niet. En ik denk dat juist dat het een
interessant boek maakt en dat staat ook in de tweede recensie je zou
het zo in onze tijd kunnen plaatsen. Dat maakt het begrijpelijk je
kan je er in inleven en een vader die je het leven zuur wilt maken
wie voelt zich zo niet al puber. Het is te herkennen en dat maakt het
interessant en leuk om te lezen.
Hier
is een korte samenvatting van het verhaal met nog wat extra info.
Verlichting
Avonturenromans
1 – Welk soort mensen speelt de hoofdrol in populair proza?
De normale mens, iemand die je dagelijks tegen zou kunnen komen. En
eigenlijk allemaal deden ze iets wat niet mocht.
2 - Avonturenromans als De Amsterdamse lichtmis, De
ongelukkige levensbeschryving van een Amsterdammer en De
Kloekmoedige land- en zeeheldin laten zien dat de achttiende eeuw
misschien wel niet zo verlicht was als doorgaans wordt gedacht. Leg
uit.
De mensen moesten nog steeds liegen en bedriegen om rond te komen. Er
was geen totale eenheid nog niet iedereen was gelijk. Een vrouw mocht
niet mee op zee, dus moest ze zich als man verkleden wat ook niet
mag. Een man komt niet rond zonder een baan dus dan maar kaarten en
bedriegen zodat je kan leven. Het leven was toen nog niet zo goed als
ze dachten.
3 Lees het tekstfragment uit
De
Amsterdamse
lichtmis.
Valt er iets van moraal, van gewetenswroeging bij de twee vrienden te
bespeuren? Kun je je voorstellen dat niet iedereen, de literaire
kritiek bijvoorbeeld, of dominees, blij was met dit soort
avonturenromans? Leg uit
Ja, ze weten dat ze fout zitten maar hebben niet de drang om er mee
te stoppen, het is “te leuk”. Dat dominees en andere kritiek
hebben snap ik wel een monnik word daar afgeschilderd op een
verkeerde manier in hun ogen. Hij is namelijk niet rein want hij
krijgt een geslachtsziekte en het gaat hem meer om het geld dan om
het geloof en zo'n beeld willen ze natuurlijk niet geven aan het volk
want wie zou dan nog naar de kerk komen.
Toneel
1 - Waarom bloeit het toneelleven in de Noordelijke Nederlanden
minder dan in de Zuidelijke Nederlanden?
Omdat in het Katholieke zuiden ook kerkelijke groepen stukken
opvoerde en het juist gestimuleerd werd. Er werden daar ook veel
godsdienstige stukken opgevoerd. In het Calvinistische noorden werd
door de protestantse kerk het juist als zedelijk gezien en mocht er
al helemaal niet over god gespeeld worden. Het werd daar tegen
gehouden het was zogenaamd slecht.
2 - Waarom waren burgerlijke treurspelen modern?
Omdat het over de gewone mens ging, de gewone verlichte burger. Ook
zat er altijd een les in om een nog betere burger te worden en dit
sprak de mensen meer aan.
3
Lees de auteurspagina over Pieter Langendijk en het terzijde over het
Frans-classicisme. Waarom zou Langendijk voornamelijk over de liefde
hebben geschreven?
Omdat
hij zelf verlangde naar liefde en alleen was. Zo kon hij ook laten
zien waar hij mee liep het worstelen om een perfecte partner te
vinden.
Kinderliteratuur
1 – Waarom waren de kindergedichten
van Van Alphen zo succesvol?
De gedichten waren zo succesvol omdat
ze vol zaten met herkenbare situaties in en om het huis. Het was een
ideaal, voor hoe een kind zich moest gedragen en er zat altijd een
wijze les in, over het leven,
2 - Leg uit waarom kinderliteratuur
eigenlijk net zo leerzaam was voor ouders als voor kinderen.
Omdat er vaak nog een betekenis
onderlag met bijvoorbeeld een politieke lading. Dit kon de ouders dus
dan ook weer wat leren en zo kon je zien hoe je je eigen kind moest
opvoeden door de verhalen,
3 Lees de tekstpagina De kleine
Grandisson. De schrijfster wil met dit boek kinderen het goede
voorbeeld te geven. Leg aan de hand van Karels avontuur uit wat er zo
goed of bijzonder is aan zijn gedrag.
Karel red een majoor die van zijn paard
is gevallen en bloedend op de weg ligt. Hij brengt hem onder voor de
nacht, verzorgt zijn wonden en blijft de nacht bij de arme man. Dit
is bijzonder omdat hoe kan ten eerste zo’n klein jongetje een
volwassen man verslepen. En welke vreemdeling zou nu nog zomaar
iemand helpen voor niks. Ook bleef hij bij hem terwijl hij ook weg
had kunnen gaan en kunnen denken van ik ga lekker naar huis in me bed
slapen in plaats van op stro.
beknopte
informatie Voltaire
De Franse essayist Voltaire, pseudoniem
voor François-Marie Arouet, werd bekend met Candide. Candide was een
naïeve jongeman. Op zijn zwerftocht maakt hij allerlei dingen mee.
~buitenlands werk op drie punten
Hieronymus van Alphen - Kleine Gedigten
voor Kinderen
Voltaire - Candide
Plaats:
Wanneer ik deze twee werken met elkaar
vergelijk, valt mij al snel de grote verschillen qua plaats op. Zo
houdt van Alphen het erg klein, en beschrijft hij haast niet de
omgeving. Kijk maar naar het gedicht ‘Pietje bij het ziekbed van
zijn zusjen’. Het kleine jongetje Pietje kan het niet verdragen dat
zijn zusje ziek is. Daarom bidt hij tot God, en vraagt hem zijn zusje
beter te maken. In de situatie krijgt de lezer nauwelijks weet van de
plaats. Wel kan de lezer een beeld krijgen door het plaatje te
bekijken. Hieruit kun je afleiden dat de situatie zich afspeelt in de
slaapkamer. Maar meer krijg je als lezer zijnde niet te weten. Het
lijkt wel dat van Alphen geen waarde hecht aan het uiterlijk van de
stoelen of banken. Liever gaat hij direct door naar de ‘kern’.
Hoe het huis er verder uitziet, of de grootte ervan, mag de lezer er
zelf bij bedenken.
Dit in tegenstelling tot Voltaire, die
de omgeving juist uitvoerig heeft beschreven. Candide ging namelijk
op zwerftocht, waarbij hij dus op verschillende plaatsen terecht
kwam. Zwerftocht? Candide werd eerder weggestuurd, van de een naar de
andere plek! Nergens bleef hij lang, maar dit bracht hem wel de hele
wereld over. Zo kwam hij terecht in het Bulgaarse Leger, Paraguay,
Rome en Constitanopel. Hij verbleef zelfs in een oerwoud! Hierdoor
kon je hem een echte wereldreiziger noemen!
Personages
In kleine gedigten voor kinderen heb je
verschillende personages, elk gedichtje gaat over iets anders en vaak
ook iemand anders. Het zijn niet steeds dezelfde waar het alsmaar
over gaat. Sommige namen komen wel meerdere keren voor maar het gaat
niet alleen maar over die kinderen of die volwassenen. Verder heb je
nog in de gedichten god en Jezus die vaak genoemd worden.
In Candide heb je wel vaste
hoofdpersonen namelijk Candide, Cunégonde en professor Pangloss. Die
komen het hele verhaal voor. Je kan ook zien hoe ze reageren op
situaties. En Candide groeit ook echt, hij word steeds wijzer en
begint te snappen dat professor Pangloss niet altijd gelijk heeft.
Professor Pangloss zegt namelijk steeds dat ze in het beste van de
mogelijke werelden leven. Dat blijft hij het hele boek lang zeggen.
Hij is nogal naïef. In het verhaal zit een tweede boodschap op de
bijbel gericht namelijk dat Candide Adam is, Cunégonde Eva,
Cunégondes vader god en professor Pangloss de slang. Het
scheppingsverhaal en vooral dat Adam en Eva uit het paradijs worden
gezet.
Het verschil is dus dat in kleine
gedigten voor kinderen er verschillende personages zijn en in Candide
heb je echte hoofdpersonen.
Thema
In kleine gedigten voor kinderen zijn
het wijzenlessen die worden verteld, of gewoon een leuk verhaaltje.
Maar van de meeste kan je wat leren. Het gaat over wat goed is en wat
fout. Hoe doe je goed. Ook gaat het wel over god en geloof. Een van
de gedichten heet ook de godsdienstigheid. In de kinderliefde gaat
het over dat het kind en ze vader van elkaar houden ook al doet hij
soms stoute dingen en als hij gezondigd heeft zal zijn vader wel om
vergeving vragen. Je ziet dus godsdienst, maar ook een wijze les want
je ouders houden toch wel van je ook al doe je soms stout ze zullen
toch voor je zorgen.
In Candide draait het om de naïviteit.
Candide gelooft in het begin nog alles en denkt dat de wereld
fantastisch is. Maar op zijn reizen komt hij er langzaam achter dat
de wereld toch niet zo fantastisch is. Dat er veel nare dingen
gebeuren, dat niet alles mooi is. Candide ziet zoveel
verschrikkelijke dingen en toch blijft bijvoorbeeld professor
Pangloss zeggen dat dit de best mogelijke wereld is. Ook staat het
geloof centraal maar het is meer om het geloof op de proef te stellen
want Voltaire was het niet eens met de katholieke kerk.
Het verschil is dat in kleine gedigten
voor kinderen, het wijzenlessen zijn en het over opvoeden gaat en in
Candide is het vooral de naïviteit. De overeenkomst is dan geloof
maar in Candide is het negatief en in kleine gedigten voor kinderen
positief.
2e
deel heb ik samen met Marang gedaan.
zondag 5 oktober 2014
Terug naar Oegstgeest ~ van Jan Wolkers
Het boek gaat over dat de schrijver, Jan Wolkers terug gaat
naar de plek waar hij is opgegroeid.
De eerste zin van het boek is nogal onbegrijpelijk en ik
dacht wat staat me te wachten. Maar als je door leest valt het allemaal mee en
is het makkelijk te begrijpen. Het leest makkelijk en het is best interessant. Het
is leuk dat er afgewisseld word met de tijd ene keer zit je in het heden en de
andere in het verleden namelijk flashbacks. Het is ook interessant dat de ik
persoon de schrijver zelf is het gaat echt over hem en over zijn familie en
verleden.
“ De idee” van dit
verhaal is denk ik dat het verleden nog steeds invloed heeft, de ik persoon uit
het verhaal, de schrijver leeft eigenlijk in het verleden. Hij voelt zich nog
steeds schuldig over de dood van zijn broer omdat hij diens foto’s had verbrand.
Hij is niet schuldig maar dat dringt niet door. En ook als hij door Oegstgeest loopt dat alles herinneringen opbrengt. Het
verleden had hij onderdrukt.
Ik vind de visie nog steeds actueel omdat nog veel mensen
daar dagelijks mee bezig zijn kijk dan alleen al naar de mensen die in de
oorlog leefde wat de hoofdpersoon ook heeft gedaan. Mensen voelen zich nog
schuldig en proberen het te onderdrukken. Het leeft nog steeds en wie heeft er
niet een fout gemaakt en kan het maar niet vergeten en zich erbij neer leggen,
iedereen.
Literatuur geschiedenis ~ De renaissance
Vondel
Hij werd een groots schrijver genoemd omdat hij overal
commentaar op gaf, hij was kritisch en als een van zijn werken verboden werd,
werd het alleen nog maar meer gelezen. Ook mocht hij tijdens het werken
schrijven dat toont ook wel aan dat hij heel goed was.
Vondel had geld problemen wat als je naar onze tijd kijkt
zeer bijzonder want hij was toch al heel bekend. Maar dit komt omdat in die
tijd je niet veel verdiende met schrijven en omdat hij ook veel kritiek kreeg
en dingen van hem werden verboden, dan moest ie weer een boete betalen.
Het stockske is één van de gedichte van Vondel, het is een
hekeldicht. Het gaat over Johan van Oldenbarnevelt, hij was raadspensionaris
maar werd beschuldigd van landverraad. Hij word vermoord door Maurits van
Oranje. Je ziet dit ook terug in de woorden “Wreet
schavot” , hij is namelijk op het schavot overleden. Maar Vondel vind dit
niet eerlijk en beschuldigd Maurits van landverraad. Dit kan je zien aan deze
zin: “Tot droefenis der braefste zielen”.
In het gedicht gebruikt Vondel een personificatie, het stokje. Het stokje is
Johan van Oldenbarnevelt, en met het stokje word ook verwezen naar de
wandelstok van Johan. Met dit gedicht wil
jij bewijzen dat Johan onschuldig is, en zijn woede laten tonen. Dit gedicht is
twintig jaar na zijn dood geschreven, hij voelde de woede weer omdat de
wandelstok van Van Oldenbarnevelt boven water kwam. Twee van zijn wandelstokken
zijn nu nog te zien in het Rijksmuseum.
Myn wensch behoede u onverrot,
O STOCK en stut, die, geen’ verrader,
Maer ‘s vrydoms stut en Hollants Vader
Gestut hebt op dat wreet schavot;
Toen hy voor’t bloedigh zwaert most knielen,
Veroordeelt, als een Seneka,
Door Neroos haet en ongena,
Tot droefenis der braefste zielen.
Ghy zult noch, jaeren achter een,
Den uitgangk van dien Helt getuigen,
En hoe Gewelt het Recht dorf buigen,
Tot smaet der onderdruckte ste’en.
Hoe dickwyl streckt ghy onder ‘t stappen
Naer ‘t hof der Staeten stadigh aen
Hem voor een derden voet in ‘t gaen
En klimmen, op de hooge trappen:
Als hy, belast van ouderdom
Papier en schriften, overleende,
En onder ‘t lastigh lantspack steende!
Wie ging, zoo krom gebuckt, noit krom!
Ghy ruste van uw trouwe plichten,
Na ‘et rusten van dien ouden stock,
Geknot door ‘s bloetraets bittren wrock:
Nu stut en styft ghy noch myn dichten.
O STOCK en stut, die, geen’ verrader,
Maer ‘s vrydoms stut en Hollants Vader
Gestut hebt op dat wreet schavot;
Toen hy voor’t bloedigh zwaert most knielen,
Veroordeelt, als een Seneka,
Door Neroos haet en ongena,
Tot droefenis der braefste zielen.
Ghy zult noch, jaeren achter een,
Den uitgangk van dien Helt getuigen,
En hoe Gewelt het Recht dorf buigen,
Tot smaet der onderdruckte ste’en.
Hoe dickwyl streckt ghy onder ‘t stappen
Naer ‘t hof der Staeten stadigh aen
Hem voor een derden voet in ‘t gaen
En klimmen, op de hooge trappen:
Als hy, belast van ouderdom
Papier en schriften, overleende,
En onder ‘t lastigh lantspack steende!
Wie ging, zoo krom gebuckt, noit krom!
Ghy ruste van uw trouwe plichten,
Na ‘et rusten van dien ouden stock,
Geknot door ‘s bloetraets bittren wrock:
Nu stut en styft ghy noch myn dichten.
PC Hooft
De belangrijkste ideeën die Hooft had waren dat het
stadsbestuur verstandig en integer moest zijn. Leiding gevende moeten
landsbelang voor hun eigen belang zetten. Ook had hij kritiek op mensen die
alleen om geld gaven.
Een van zijn gedichten is Deuntje. Jan is een jonge en is
verliefd op sijbrech. Wie een meisje is wat je kan zien aan “ ‘Sijbrech, bolle
meid!’ “. Ze zeggen dat echte liefde niet vergaat ze vertellen wat liefde
inhoud voor hun. Samen vertellen ze dat.
Met Reine liefde kan niet vergaan denk ik dat Hooft bedoeld dat als de liefde schoon is en oprecht dat het niet weg zal gaan het zal altijd bestaan. Ze hebben het ook over het huwelijk en dat was toen ook nog voor altijd.
Met Reine liefde kan niet vergaan denk ik dat Hooft bedoeld dat als de liefde schoon is en oprecht dat het niet weg zal gaan het zal altijd bestaan. Ze hebben het ook over het huwelijk en dat was toen ook nog voor altijd.
Sonnet
‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief.’ Zo sprak mijn lief mij toe,
dewijl mijn lippen op haar lieve lipjes weidden.
De woordjes alle drie, wel klaar en wel bescheiden
vloeiden mijn oren in, en roerden (’k weet niet hoe)
‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief.’ Zo sprak mijn lief mij toe,
dewijl mijn lippen op haar lieve lipjes weidden.
De woordjes alle drie, wel klaar en wel bescheiden
vloeiden mijn oren in, en roerden (’k weet niet hoe)
al mijn gedachten om, staag malend, nemmer moe;
die 't oor mistrouwden en de woordjes wederleiden.
Dies ik mijn vrouwe bad mij klaarder te verbreiden
haar onverwachte reên; en zij verhaald’ het doe.
O rijkdom van mijn hart, dat overliep van vreugden!
Bedoven viel mijn ziel in haar vol hart van deugden.
Maar toen de morgenstar nam voor den dag haar wijk
is, met de klare zon, de waarheid droef verrezen.
Hemelse goôn, hoe komt de schijn zo na aan ’t wezen,
het leven droom, en droom het leven zo gelijk?
P.C. Hooft (1581-1647)
134
Ik heb geen vrede
en ik kan niet strijden,
ik hoop en vrees,
ik gloei en ben van ijs.
ik zweef naar boven
en ik lig te lijden
ik heb de wereld
lief, die ik misprijs !
ik ben verlost en
ik kan me niet bevrijden,
ik heb houvast en
raak toch van de wijs,
ik voel me levend
en gestorven beide:
ach, liefde is
zowel hel als paradijs !
Ik zie verblind, ik
schreeuw en kan niet praten,
ik haat mezelf en
houd van iedereen,
ik roep om hulp en
wil het leven laten,
ik huil van
vreugde, ik lach terwijl ik ween,
leven en dood kwelt
mij in gelijke mate:
en dit, o liefste,
komt door jou alleen !
292
Die ogen zo vol
vuur door mij beschreven,
die armen, handen,
voeten en gezicht,
waardoor mijn hart
soms zózeer werd ontwricht
dat ik met niemand
meer kon samenleven,
die haren met een
gouden glans doorweven,
die glimlachjes zo
warm op mij gericht,
zijn nu vergaan tot
stof, dat ergens ligt
en elk gevoel
voorgoed heeft prijsgegeven.
en zonder 't
reddend licht dat op mij wachtte
steeds als de storm
mijn schip geteisterd had.
Verdwijn, o
liefdeslied, uit mijn gedachten !
Want weg is het
talent dat ik bezat:
ik schrijf geen
verzen meer, maar jammerklachten !
*
_________
De sonnetten lijken op elkaar qua inhoud, het gaat allemaal
om het strijden voor je liefde. Alleen zijn de rijmschema’s niet helemaal
hetzelfde. En klopt het rijmschema van Hooft helemaal niet alles rijmt, op de
volgende regel en ook niet 1212 dus dat de eerste en de laatste regel rijmen
waardoor het niet echt een sonnet is.
Constantijn Huygens
Tien 17e
eeuwse toneelstukken
Doortrapte Melis de metselaar (1623)
van W.D.Hooft
'Wat klugtigs van
Abram Kom Gaanewe', 17e-eeuwse klucht van Hendrik Takama
De klucht van de koe : G.A. Bredero, Hessel Adema
Warenar
: geld en liefde in de Gouden Eeuw door P.C. Hooft
De
klucht van de meulenaer door G.A. Bredero
Spaansche Brabander door: AuteursG.A. Bredero
Warenar
door P.C. Hooft
Esmoreit,
gevolgd door Lippijn door Hessel
Adema
Trijntje
Cornelis : Constantijn Huygens
Vijf
sotternieen : H. Adema
Ik ben gaan zoeken op kluchten 17e eeuw en vond
een website met veel kluchten en komedies uit de 17e eeuw. In het
komische toneel heb je komedies en kluchten die zijn grappig ik heb daar dus
ook op gezocht.
Een punt gedicht of een epigram is een kort grappig gedicht
met woordspeling.
Ik heb hier twee voorbeelden van Huygens puntdichten.
Ik heb hier twee voorbeelden van Huygens puntdichten.
Drucker.
Van 'tKeiserlicke Hof tot de Schaepherders Kluijs
Tracht ijeder vred' en vreughd en vrijheit te gewinnen;
Ick ben de man alleen van averechtse sinnen,
Die staegh om perssing en om druck wensch in myn huijs
Van 'tKeiserlicke Hof tot de Schaepherders Kluijs
Tracht ijeder vred' en vreughd en vrijheit te gewinnen;
Ick ben de man alleen van averechtse sinnen,
Die staegh om perssing en om druck wensch in myn huijs
Quacksalver.
Ick steeck mijn' stouten voet in der Doctoren Schoen,
En danss'er met voor 'tvolck, soo dat het oude seggen
Door mijn' vertieringen licht is om wederleggen:
Wat dunckt u, Boeren, is 't met seggen niet te doen?
Ick steeck mijn' stouten voet in der Doctoren Schoen,
En danss'er met voor 'tvolck, soo dat het oude seggen
Door mijn' vertieringen licht is om wederleggen:
Wat dunckt u, Boeren, is 't met seggen niet te doen?
“Waarom worden volgens jou Vondel, Huygens en Hooft nog steeds
interessant gevonden binnen de Nederlandse literatuur?”.
Ze worden nog steeds als interessant gezien omdat zij
de basis vormen van de Nederlands literatuur, ze worden nu nog steeds gelezen
en mensen worden er nog steeds door geïnspireerd. Het verteld iets over onze geschiedenis
en de cultuur. Zouden hun niet geleefd hebben zou het er anders uit zien. Ze zijn ook nog interessant omdat ze allemaal
verschillende werken hebben gemaakt, zo verscheidend. Ze schreven poëzie,
theater en gewoon verhalen. Ze sloegen kennis op. Zonder de schrijvers van
vroeger zouden we zoveel niet weten. Ze geven een deel van het Nederland van
toen. Ze hebben ons een basis gegeven
waar we nu nog op verder gaan. Ze zijn dus nog belangrijk omdat ze ons dingen
leren van vroeger en omdat ze zulk verschillend werk hebben gemaakt
vrijdag 9 mei 2014
Vladiwostok
Boekenproject
Vladiwostok
P.F
Thomése
Project door:
Kimberley van Elk
Annabel Hilders
Iris de Waard
Vraag 1
a. Wij vinden ‘vladiwostok’ een
rare titel, en vinden dat een andere titel beter geweest zou zijn. Deze titel geeft namelijk helemaal geen idee
waar het boek overgaat, het heeft er zelfs bar weinig mee te maken. Het gaat over 1 scene, en een titel moet het
boek beschrijven op een mannier. Het verband met het hele boek moet groter
zijn. Ik snap best dat de titel
cryptisch moet zijn maar dit gaat te ver, dan kan je voor elke scene wel een
titel bedenken en die gebruiken.
Misschien is het dat Thomése het deed omdat hij het zelf heeft mee
gemaakt en het zo leuk vond dat hij er naar moest verwijzen. Maar wat heeft er
nou mee te maken dat een dronkenlap zegt dat ie naar Vladiwostok wil.
b. Ik zou het boek “ ijzeren hart
gebroken” noemen
Vraag 2
Het zou inderdaad een ware uitleg kunnen zijn. In het stukje Formaliteit
kan het zijn dat Thomése Fons misschien tot leven wilde laten komen. Ook kan het
zijn dat hij misschien echt een Fons kent en een verhaal op hem wilde baseren.
Dan kan het zou zijn dat “Fons” zich moeilijk kon vinden in de Fons
Nieuwenhuijs (het personage) wat dan weer te lezen is in de slotzin ‘Fons, lul,
bij deze!’.
Vraag 3.
a. Omdat
het de hoofdpersonen zijn, en ook omdat ze constant liegen en bedriegen. Ze
hebben allerlei geheimen, zoals affaires en verborgen kinderen bij andere
vrouwen. Ze doen zich anders voor dan dat ze echt zijn, met name Hans. Hij doet
zich voor als een gelikte politicus, maar hij is eigenlijk een vrouwenjager
zoals dat in het boek genoemd wordt. Als je het verhaal vanuit iemand van
buitenaf zou zien, zou het geen interessant verhaal zijn omdat je al die
gedachtes niet kan lezen. Ik denk dat dan het hele idee van het verhaal weg zou
zijn.
b. Als de
karakterbeschrijvingen ook zouden bestaan uit positieve eigenschappen, zou de
lezer waarschijnlijk sympathie krijgen voor de twee mannen, en dat is niet zijn
bedoeling geweest. P.F. Thomése heeft het verhaal op de manier waarop het nu
geschreven is neer willen zetten, en niet anders.
c. Ik snap
wat meneer Vullings ermee bedoelt, maar ik ben het er niet mee eens. Op deze
manier zijn de karakters van Hans en Fons benadrukt, omdat deze twee personages
erg vaak schelden etc. dus lange volzinnen zouden niet volstaan. Het verschil
tussen hoe ze zich voordoen en wat er in hun hoofd afspeelt is ook duidelijker
gemaakt door deze schrijfstijl. Als Hans zijn werk doet praat hij in keurige
volzinnen, en als je zijn gedachtes leest of als hij tegen bijvoorbeeld Fons
praat wordt er wel geschreven in de snelle schrijfstijl.
Keuzeopdracht 1:
Je ziet
rook wat lijkt op sigarettenrook tegen een donkere achtergrond. In de rook
bevindt zich een soort schedel, al kan je het ook weer beschrijven als een
schreeuwend gezicht. De kaft geeft een duistere indruk, wat goed past bij de
hoofdpersonages. Het ene hoofdpersonage, Fons, rookt en misschien dat je
daardoor de sigarettenrook op de kaft hebt staan. En die schedel zou misschien
ook kunnen duiden op de hoofdpersonages. Op hun donkere kanten. Al is de
schedel van rook mij niet helemaal duidelijk..
Keuzeopdracht 2:
a. Een goede titel, moet je een
voorproefje geven over wat het boek gaat. Het moet cryptisch zijn en later
uitgelegd.
b.
- Op dreef
- Niet
genoeg
- Ijzeren
hart gebroken
- Doorgedraaid
c.
- ‘Op dreef’
omdat: ze doorgaan, ze hebben succes het
gaat goed. En niet alleen in de politiek ook met de vrouwen. Maar dan gaat
het mis.
- ‘Niet
genoeg’ omdat: Ze willen steeds meer, meer succes, zijn eigen vrouw is niet
genoeg alles voor Fons en Hans is niet genoeg.
- ‘IJzeren
hart gebroken’ omdat: Fons geen
gevoelens heeft in het begin van het boek, maar langzaam ontdooit het en krijgt
hij gevoelens en weet hij wat er gebeurt.
- ‘Doorgedraaid’
omdat: alles loopt goed en dan gaat het
mis, alles draait door. Alles gaat mis en komt dan weer goed.
Keuzeopdracht 3:
Omslag der machten.
Niet willen opgeven
als een scheidsrechter
die zijn vingers
in zijn mond steekt
zijn fluitje verloren
om erger kwaad
te voorkomen
Een macht
van buiten
de taak stilletjes
overnemend
alsof hij een land is
met miljarden inwoners
Uitleg gedicht.
In het
gedicht wordt over iemand gesproken die zijn weg tot de macht verloren is. Het
fluitje van de scheidsrechter, dat altijd zo duidelijk die overtreding aan
geeft is nergens meer te zien. Maar om de wedstrijd niet helemaal in het slop
te laten lopen gebruikt hij zijn vingers, om het geluid te maken. Het is niets
dan een zachte echo van het geluid waar men op rekent, maar toch reageert het
speelveld gestaag. Omdat ze niet weten wat anders te doen.
En juist
op dat moment, in die vertwijfeling van de spelers, komt een nieuw iemand op
zetten. Stilletjes als de nacht en voor we het weten is het fluitje niet langer
meer ons signaal, maar heeft deze man zijn rol gekregen.
Overeenkomsten.
Overeenkomsten
met het boeken moeten gezocht worden in symbolische zin. Ik was opzoek gegaan
naar een gedicht die de invloed van politiek kende, maar dat bleek niet zo
gemakkelijk te zijn. Vandaar ben ik voor dit gedicht gezeteld.
Overeenkomst
1: Hans wil zijn macht in de politiek niet opgeven, door één ongelukkige
affaire en doet er alles aan in zijn macht om deze affaire in de doofpot te
stoppen. Helaas lukt dit niet en neemt zijn machtsposities steeds meer af,
terwijl de wereld toe kijkt.
Overeenkomst
2: Fons heeft verschillende buitenechtelijke relaties gehad, waarvan enkele
eindigde in kinderen. Nooit heeft hij iets aan deze kinderen gedaan, tot de
moeder van zijn zoontje hem niet meer wil. Langzaam maar zeker begint dit
zoontje Fons zijn leven indirect over te nemen.
Overeenkomst
3: Het gehele boek gaat over twee mannen die in de knoop zitten met hun
verleden. Het boek laat een gevecht zien tussen het verleden en de toekomst
waarnaar zij verlangen. Maar beetje bij beetje neemt het diep verstopte
verleden hun rechtvaardige plaats in het heden. En de kans op hun perfecte
toekomst zakt steeds verder weg.
Overeenkomst
4: Fons wil zijn buitenechtelijke relaties niet opgeven en doet er alles aan om
ze te behouden. Het wordt alleen steeds moeilijk met zijn vrouw die een kind
wil, maar geen kinderen kan krijgen. Zijn ex-vrouwen die compensatie eisen en
nota bene zijn eigen kind dat voor hem werkt.
Overeenkomst
5: Fons samen met zijn vrouw een firma die mensen helpt in de politiek. Het
enige probleem, zijn cliënten, vooral zijn vriend Hans, luisteren voor geen
meter naar hem. En in plaats dat hij via hun zijn stem in de politiek kan laten
horen, beginnen deze mensen hun eigen nonsens te verkondigen. En ja hoor, als
alles mis gaat kan Fons de rommel opruimen.
Dekens
Het was waarschijnlijk
geen zomer
in jouw kelderappartement
aan de kade
de berichten over jouw
ontrouw
deden mij huiveren in de
nacht
het was ook geen lente
daar voor was de liefde
te benauwend
er vertrok nooit een boot
naar de zon die jij had
beloofd
je gaf me dekens
om de winter door te
komen
ik sloeg ze om mij heen
en schreef een brief over
jouw eenzaamheid
Uitleg
gedicht.
De
eerste vers van het gedicht spreekt over een plaats waar zij bekend is, een
plaats waar zij zich veilig waande. De zomer spreekt over de veiligheid, de
gevoelens van warmte die er zouden moeten zijn. Maar als dan het
verschrikkelijke nieuws binnenkomt voelt als of de zomer door haar vingers
glipt. De lente spreekt over een milde versie van de zomer, nog steeds die
veiligheid en liefde die er zouden moeten zijn. Maar als snel wordt duidelijk
dat zelfs een milde versie niet aanwezig is in deze relatie. En dan, geef je
haar een doel. Met dit doel zal zij zich bezig houden, in de koning van alle
seizoenen. En daar wacht zij angstig af tot je haar terug neemt en haar vast
houd. Want dan zal de winter smelten en de zomer aan breken.
Overeenkomsten.
Overeenkomst
1: in het begin van het verhaal gelooft Pam in de zomer. Alles is goed en ze
weet zeker dat ze een sterke relatie heeft met haar man. Waarom zou hij anders
alles proberen om haar zwanger te krijgen?
Overeenkomst
2: Ze raakt geïrriteerd door zijn gedrag en obsessie met Hans. Zij wil dat het
bedrijf winst gaat maken in plaats van Fons zijn vrienden te helpen. Maar ze
dringt niet tot het hem door. Ze begint langzaam te zien dat niet alles is wat
het leek.
Overeenkomst
3: Zij dacht dat hij genoeg van haar zou houden om haar alles te vertellen.
Maar dan krijgt ze de eerste vermoedens over ontrouw binnen en lijkt het of de
boot, langzaam maar zeker vertrekt van de haven. En zij? Zij was vergeten op te
stappen.
Overeenkomst
4: Fons geeft eindelijk toe dat hij een buitenechtelijke relatie heeft gehad,
diep van binnen weet ze dat het niet de enige is. Maar voor haar huwelijk doet
ze alsof ze dit niet weet. Dan komt de schok, Fons heeft een kind. Het gene wat
zij wilde, waar zij alles voor op zou geven en Fons zij niets tegen haar.
Overeenkomst
5: Om zijn vrouw tevreden te houden nemen zij het kind over. Het zoontje wordt
haar deken, haar doel om het huwelijk te laten werken. Zodat Alwin niets te
kort zou komen. En ze weet dat Fons weer opnieuw overspel zal plegen, maar met
haar deken, haar kind, zal net doen alsof ze van niets weet. Zolang ze Alwin
maar kan houden.
Kimberley van Elk
Annabel Hilders
Iris de Waard
Abonneren op:
Posts (Atom)